Adhd onderzoek

Veel onderzoeken naar Adhd vinden plaats. Soms kun je de bomen door het bos niet meer zien. Hoe zit het nu precies?

Goed Adhd onderzoek nodig

Voor een goede behandeling is een goed onderzoek noodzakelijk. Alleen op deze manier kun je er achter komen bij welk soort hulp je kind het meest gebaat is. Er zijn helaas nogal wat misverstanden in de wereld van het Adhd-onderzoek. Zo bestaat er geen enkele Adhd-test waarmee je met 100% zekerheid kunt vertellen of een kind Adhd heeft of niet, ook al beweren onderzoekers soms van wel. Ook kun je er niet aan de hand van een vragenlijstje achter komen of er sprake is van Adhd. Helaas staan er veel van zulke testjes op het Internet en in tijdschriften, waardoor men het idee kan krijgen dat je door het invullen van zo’n testje weet of een kind Adhd heeft. Voor een betrouwbare diagnose moeten er diverse onderzoeken gedaan, zodat men de resultaten van deze onderzoeken kan combineren om zo tot een goede diagnose te komen.

Lange tijd in onduidelijkheid over diagnose Adhd voor je kind

Over het algemeen duurt het vrij lang voordat een kind met Adhd de juiste hulp krijgt. Het kind is namelijk gemiddeld zo’n 5,2 jaar oud wanneer de ouders zich voor het eerst echt zorgen gaan maken. Ouders zoeken gemiddeld gezien hulp wanneer het kind 7,6 jaar oud is. In de praktijk duurt het helaas vaak wel even voor het kind de juiste hulp krijgt: gemiddeld is een kind 9,1 jaar oud wanneer de diagnose ADHD gesteld wordt.

Conclusie: Dit is te lang en daarmee is niemand geholpen!

Adhd en de medische molen

Gesprek met de huisarts

Voor veel ouders zal een gesprek met de huisarts een eerste stap zijn. Adhd-onderzoeken kunnen namelijk wel duizenden euro’s kosten, maar wanneer je een doorverwijzing hebt van de huisarts worden de meeste onderzoeken door de zorgverzekering vergoed. Als het gaat om de kosten van Adhd is het belangrijk om deze doorverwijzing te hebben.

Doorverwijzing naar de kinder- en jeugdpsychiatrie

Wanneer je een verwijsbrief van de huisarts gekregen hebt, kun je je aanmelden bij een instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze instellingen zijn gespecialiseerd in ontwikkelingsproblemen van kinderen, met name kindpsychiatrische aandoeningen zoals Adhd. Veel instellingen werken met een online aanmeldformulier, waarin je kort uitlegt wat de klachten zijn. Vervolgens krijg je in de meeste gevallen als eerste een telefonische screening of een telefonisch intakegesprek. Tijdens dit gesprek spreek je met een hulpverlener welke een inschatting probeert te maken of zij jou kunnen helpen.

Vragen die tijdens zo’n telefonische screening vaak gesteld worden zijn onder andere:

  • Wat zijn de klachten?
  • Wanneer zijn de klachten ontstaan?
  • Zijn er situaties waarin de klachten erger of juist minder erg worden?
  • Welke gevolgen hebben deze klachten op het dagelijkse leven van je kind?
  • Hoe gaat het op school met je kind?

Intakegesprek bij Adhd of niet?

Wanneer er naar aanleiding van het telefonische intakegesprek vermoedens zijn dat het om kinderpsychiatrische problemen gaat word je uitgenodigd voor een echt intakegesprek. In sommige gevallen verwacht men dat je kind meteen meekomt, in andere gevallen word je eerst zonder je kind uitgenodigd. Vaak word je gevraagd om met één of twee andere personen te komen die je kind goed kennen, bijvoorbeeld de opa of oma of oudere broer of zus. Op deze manier kan men zoveel mogelijk informatie verzamelen.

Inhoud intakegesprek diagnose Adhd

Veel instellingen vragen je om van te voren een aantal vragenlijsten in te vullen en deze tijdens dit intakegesprek mee te nemen. Vaak zit hier ook een vragenlijst voor de juf of meester van je kind bij. Aan de hand van deze vragenlijsten wordt er tijdens het intakegesprek dieper in gegaan op de klachten van je kind. Onderwerpen die tijdens zo’n gesprek aan bod komen zijn onder meer:

  • Wat zijn de huidige klachten?
  • Hoe ga je als ouders met de klachten van je kind om?
  • Hoe is de ontwikkeling van je kind tot nu toe (wanneer leerde je kind praten, huilde je kind als baby veel, hoe is de zwangerschap en bevalling verlopen?)
  • Hoe gaat het op school met je kind?
  • Komen er medische en/of psychiatrische problemen in de familie voor?
  • Hoe is het contact met leeftijdsgenoten?
  • Wat zijn de hobby’s van je kind?
  • Hoe is het eet- en slaapgedrag?

Dit gesprek duurt meestal een dagdeel. Aan het eind van het gesprek krijg je vaak niet direct te horen hoe het nu verder zal gaan. Vaak wordt het gesprek besproken in een groot team van verschillende hulpverleners die allemaal vanuit hun ervaring naar de tijdens het intakegesprek verkregen informatie kijken. Op basis van dit gesprek wordt samen met de specialisten een plan uitgestippeld hoe nu verder te gaan. Hier wordt in de meeste gevallen een aparte afspraak voor gemaakt. Tijdens dit vervolggesprek, soms ook wel adviesgesprek genoemd, wordt er vaak een aantal onderzoeken voorgesteld. Welke onderzoeken gedaan zullen worden is afhankelijk van de informatie die men nodig heeft om de juiste diagnose te stellen en om een goede behandeling te vinden.

Observatie van het kind

Observatie van uw kind is belangrijk

Eén van de belangrijkste instrumenten van de onderzoeker is observatie. Door het kind te observeren kan men heel erg veel te weten komen over het kind. Bijvoorbeeld hoe het kind omgaat met vreemde en nieuwe situaties, hoe het op de onderzoeker reageert, of het bewegingsonrust laat zien, of het onzeker is, hoe het humeur van het kind is, wat de sociale vaardigheden zijn en wat het geschatte intelligentieniveau is. Uiteraard zijn dit allemaal persoonlijke indrukken en kan men er daarom lastig conclusies aan verbinden, maar het kan de onderzoeker helpen te kiezen welke richting het met het onderzoek op zal gaan en hoe hij of zij de onderzoeksresultaten moet interpreteren. Wanneer er kind bijvoorbeeld erg onzeker is, zal de onderzoeker wat meer tijd uittrekken om het kind op zijn of haar gemak te stellen. En wanneer het kind erg onrustig is kan het zijn dat het kind minder goed presteert dan je zou verwachten.

Intelligentieonderzoek

In veel gevallen wordt er gekozen voor een intelligentieonderzoek om het globale intelligentieniveau van een kind te bepalen. Dit is nodig om te onderzoeken of de klachten van het kind bij het intelligentieniveau passen of niet. Wanneer een kind gemiddeld intelligent is, is het vreemd wanneer het kind slechte cijfers op school haalt. Wanneer een kind echter een lagere intelligentie heeft is het niet raar dat het niet zo goed op school mee kan komen als klasgenootjes. Wanneer een kind moeilijke dingen moet doen dan hij of zij eigenlijk aankan, kunnen diverse problemen ontstaan, waarvan een deel sterk op Adhd klachten kan lijken. Maar ook wanneer een kind taken krijgt die juist te gemakkelijk zijn, kunnen er Adhd-achtige klachten ontstaan.

Er zijn een aantal manieren om de intelligentie van een kind te meten. Een zeer veelgebruikte test is de zogenaamde WISC, de Wechsler Intelligent Scale for Children. Tijdens deze test moeten kinderen diverse taakjes uitvoeren. Zo moeten ze onder andere wat puzzeltjes maken, wat rekensommen doen, wat algemene kennis vragen beantwoorden en enkele geheugentaken doen.

Neuropsychologisch onderzoek

Een intelligentieonderzoek is een zeer algemene maat voor het functioneren van het kind in het dagelijkse leven. Tijdens een neuropsychologisch onderzoek wordt er specifiek onderzocht wat de sterke en zwakke kanten van het kind zijn. Er worden diverse dingen onderzocht die het kind nodig heeft om in het dagelijkse leven te kunnen functioneren. Zo wordt er onder meer gekeken naar het geheugen, de aandacht en concentratie, de motoriek, het planningsvermogen en de taakaanpak.

Kindpsychiatrisch onderzoek

Tijdens het kindpsychiatrisch onderzoek worden de klachten zelf centraal gesteld. Er wordt onderzocht wanneer de klachten voorkomen, hoe vaak ze voorkomen, waar ze voorkomen en dergelijke. Ook wordt er onderzocht of de klachten misschien door een andere kindpsychiatrische aandoening veroorzaakt worden.

Gezinsonderzoek

In sommige gevallen kan een gezinsonderzoek nodig zijn. Hierin wordt dieper in gegaan op het functioneren van het gezin en de rollen die ieder in het gezin heeft. Er wordt onder andere gekeken hoe gezinsleden met elkaar praten en hoe het gezin omgaat met problemen.